No. 01
Kassen & tuinserres voor elke tuin
Een kas verlengt het tuinseizoen aan beide kanten: vroeger zaaien in het voorjaar, langer oogsten in het najaar. De juiste keuze hangt af van ruimte, budget en wat je wilt kweken — niet van de duurste folder.
Welke soorten kassen zijn er?
Grofweg vallen tuinkassen in drie groepen. De vrijstaande kas staat los in de tuin en krijgt van alle kanten licht — de meest veelzijdige keuze. De muurkas of aanleunkas staat tegen een gevel of schutting en bespaart ruimte, maar krijgt aan één zijde minder zon. De koude bak ten slotte is een lage, platte constructie voor het voorzaaien en afharden van jonge planten, zonder dat je een volledige kas nodig hebt.
Voor wie vooral groenten en kruiden wil voortrekken, is een compacte vrijstaande kas meestal de beste basis. Wil je het hele jaar door doorkweken, dan tellen isolatie en ventilatie zwaarder mee dan het aantal vierkante meters.
Glas, polycarbonaat of folie
Het bedekkingsmateriaal bepaalt licht, isolatie en levensduur:
- Glas laat het meeste licht door en vergeelt niet, maar is zwaar en breekbaar. Gehard glas vermindert het risico op scherven.
- Polycarbonaat (holle dubbel- of driewandige platen) isoleert duidelijk beter en is vrijwel onbreekbaar — een veilige keuze bij kinderen of veel wind.
- Tuinfolie is het goedkoopst en licht, maar gaat korter mee en biedt minder isolatie. Geschikt voor tijdelijke of seizoensopstellingen.
Het frame is meestal van aluminium (licht, roest niet) of gegalvaniseerd staal (steviger, zwaarder). Aluminium is voor de meeste tuinen praktisch genoeg.
Fundering en plaatsing
Een kas hoort op een vlakke, stevige en goed afwaterende ondergrond. Een funderingsrand — van de fabrikant, of zelf gelegd met stoeptegels of een grondbalk — houdt de constructie haaks en voorkomt dat wind de kas optilt. Veranker een lichte kas altijd in de grond.
Kies een plek met veel zon, bij voorkeur met de lengteas op het oosten–westen zodat de planten gelijkmatig licht krijgen. Houd afstand van grote bomen: schaduw en vallend blad werken tegen. Denk ook aan een waterpunt in de buurt — sjouwen met gieters wordt snel een klus.
Ventilatie en klimaat
Onderschat de warmte niet. Op een zonnige lentedag loopt de temperatuur in een dichte kas in een half uur op tot waarden waar planten niet tegen kunnen. Een dakraam dat warme lucht laat ontsnappen en een zijraam of deur voor doorstroming zijn daarom geen luxe. Een automatische raamopener met thermische cilinder werkt zonder stroom en regelt het luchten ook als je er niet bent.
In de zomer helpt schaduwdoek of een krijtcoating tegen verbranding. In de winter houden noppenfolie aan de binnenzijde en een tochtvrije deur de warmte langer vast.
Onderhoud per seizoen
Een kas vraagt weinig, maar wel met regelmaat. Maak in het vroege voorjaar de panelen schoon — schoon glas scheelt merkbaar in lichtinval. Controleer rubbers en klemmen na de winterstormen. In de zomer gaat het vooral om water geven, luchten en schaduwen. In het najaar ruim je plantenresten op om schimmels en plaagdieren geen kans te geven, en in de winter houd je de kas vorstvrij of leeg, afhankelijk van wat je doorkweekt.